De stille stem van Afghaanse meisjes – geschreven door een moedrv
Een brief van een Afghaanse moeder aan het Parlement van het Koninkrijk der Nederlanden ter gelegenheid van Internationale Vrouwendag
Geachte leden van het Parlement,
Mijn naam is Adela Adim, Nederlands staatsburger van Afghaanse afkomst. Ik schrijf u deze brief niet als politica of vrouwenrechtenactiviste, maar als moeder – een moeder die in ballingschap dagelijks de stille echo hoort van de tranen en gebroken dromen van de dochters van haar vaderland.
Met deze brief wil ik de dringende aandacht vragen van het Nederlandse parlement en van organisaties die zich inzetten voor vrouwenrechten voor de schrijnende onderwijssituatie van meisjes in Afghanistan.
Het is inmiddels vijf jaar – om precies te zijn 1825 dagen – dat meisjes in Afghanistan geen toegang meer hebben tot middelbare scholen en universiteiten. In deze periode zijn hun pennen door dwang en intimidatie uit hun handen genomen en zijn hun dromen in stilte gedoofd. Afghanistan is vandaag het enige land ter wereld waar meisjes officieel geen toegang hebben tot onderwijs boven het basisonderwijs.
Voor veel mensen in de wereld is dit misschien slechts een bericht in het dagelijkse nieuws. Voor Afghaanse moeders is het echter een dagelijkse wond en een blijvende pijn. Terwijl de wereld rond 8 maart spreekt over gelijkheid, rechtvaardigheid en menselijke waardigheid voor vrouwen, leven vrouwen en meisjes in Afghanistan onder zware beperkingen en systematische discriminatie – zonder dat zij enige misdaad hebben begaan.
Het moet duidelijk worden gezegd: wat vandaag in Afghanistan gebeurt, gaat verder dan een tijdelijke beperking of een voorbijgaande vorm van discriminatie. Het is een volledige vorm van genderapartheid, waarin de helft van de samenleving uitsluitend vanwege haar geslacht uit het sociale en menselijke leven wordt uitgesloten.
In al deze jaren is nog steeds niet voldoende de vraag gesteld: wat is de schuld van deze meisjes dat zij in de duisternis van onrecht binnen de muren van hun huizen gevangen moeten blijven?
Terwijl jongens elke ochtend naar school en universiteit gaan, staan meisjes achter stoffige ramen en huilen tranen van wanhoop. Deze genderdiscriminatie is een wond die, als zij niet wordt geheeld, de geestelijke gezondheid van een hele generatie zal beschadigen.
Geachte leden van het parlement en verdedigers van vrouwenrechten,
Stelt u zich een moment voor: een moeder die in de stilte van de nacht het ingehouden huilen van haar dochter achter een gesloten deur hoort. Tranen vallen op een koud kussen, en deze moeder vindt geen woorden om haar kind te troosten. Zij weet dat deze pijn niet met woorden kan worden genezen, maar alleen wanneer de deuren van scholen opnieuw worden geopend.
Breekt het hart van een moeder niet wanneer extremistische denkers de groene takken van hoop van haar dochter in het vuur van onwetendheid verbranden? Een meisje dat droomde arts, ingenieur of lerares te worden – maar vandaag niet eens meer in een klaslokaal mag zitten.
Mijn nicht was vijf jaar geleden tweedejaarsstudent geneeskunde aan de Universiteit van Kabul. Als de universiteiten niet waren gesloten, zou zij vandaag als arts haar gemeenschap dienen. Vandaag mag zij echter niet eens meer plaatsnemen in een collegezaal. Haar verhaal is slechts één van de duizenden onvoltooide dromen van Afghaanse meisjes.
Aan deze meisjes wordt gezegd: “heb geduld”. Maar jeugd wacht niet, tijd wacht niet en verloren kansen keren niet terug.
Vandaag hebben meisjes in Afghanistan noch vrijheid van onderwijs, noch vrijheid van meningsuiting. Wanneer zij hun stem verheffen, riskeren zij arrestatie; wanneer zij protesteren, worden zij gevangen gezet.
Met groot respect wil ik het Nederlandse parlement daarom vragen:
1. De ontzegging van onderwijs aan Afghaanse meisjes consequent onder de aandacht te brengen binnen de Europese Unie en de Verenigde Naties.
2. Diplomatieke druk te blijven uitoefenen voor de heropening van scholen en universiteiten voor meisjes in Afghanistan.
3. Internationale initiatieven die het recht op onderwijs voor Afghaanse vrouwen ondersteunen actief te steunen.
4. En wellicht het kleinste maar meest directe gebaar dat voor deze meisjes een wereld van verschil kan maken: het beschikbaar stellen van noodbeurzen aan Nederlandse universiteiten voor getalenteerde Afghaanse meisjes die van onderwijs zijn uitgesloten.
Dit zou niet alleen een kans zijn voor deze meisjes om hun studie voort te zetten, maar ook een krachtig signaal aan de wereld dat Nederland niet zwijgt tegenover onderwijsongelijkheid. Een meisje dat vandaag hier kan studeren, zal morgen het licht van kennis terugbrengen naar Afghanistan.
Ik vraag geen financiële hulp. Afghanistan beschikt over scholen, universiteiten en bekwame docenten – maar vandaag zijn de deuren van deze instellingen gesloten voor meisjes. Wat vandaag nodig is, is politieke wil en effectieve diplomatieke steun om de deuren van kennis en onderwijs opnieuw te openen.
Wij vragen slechts om hoop en om de pen, want de toekomst en de geschiedenis van Afghanistan zullen met deze pennen worden geschreven.
Ik geloof dat een land als Nederland, gebouwd op vrijheid en menselijke waardigheid, de helft van een volk niet in deze duisternis alleen zal laten. Zwijgen tegenover dit onrecht betekent het accepteren van duisternis voor de mensheid.
Ik hoop dat op een dag opnieuw het geluid van lachende meisjes en lerende kinderen in de scholen van Afghanistan zal weerklinken en dat het licht van kennis in de handen van de helft van onze samenleving niet zal worden gedoofd.
Met hoogachting en in de hoop op uw verantwoordelijke en dringende aandacht,
Adela Adim
Kunstenaar en schrijver
Nederlands staatsburger van Afghaanse afkomst
2 maart 2025
Comments are closed.